Fractuurbehandeling bij volwassenen

Deze applicatie verschaft informatie over hoe fracturen bij volwassenen behandeld zouden kunnen worden door op het betreffende bot te klikken


Mogelijk gemaakt door

versie 7.0 © 2015 - Inter-Med

Klik op een skeletdeel

skelet humerusschacht2 schouder1 schouder2 sternum rib elleboog elleboog onderarm onderarm hand hand heup heup bekkenring acetabulum acetabulum femurschacht femurschacht knie knie tibiaschacht fibulaschacht tibiaschacht pilon pilon enkel enkel voet voet

Fractuurbehandeling bij volwassenen

Introductie

Deze applicatie is gemaakt voor artsen en geeft informatie over fractuurbehandeling bij volwassenen. Deze applicatie fungeert niet als protocol, dus kunnen hieraan door patienten of artsen geen rechten ontleend worden. (zie ook de disclaimer)

De tekst is zorgvuldig samengesteld en het is de bedoeling dat er regelmatig updates verschijnen als er nieuwe ontwikkelingen in de techniek en/of in de literatuur zijn.

Voor de samenstelling van deze applicatie is gebruikt gemaakt van verschillende bronnen met uiteenlopende levels of evidence

Bronnen Evidence
Close

Levels of Evidence

  • Level IA
    • Systematische reviews (meta-analyse)
  • Level IB
    • Gerandomiseerd vergelijkend onderzoek
  • Level II
    • Gerandomiseerd vergelijkend onderzoek van matige kwaliteit of onvoldoende omvang
  • Level III
    • Niet vergelijkend onderzoek
  • Level IV
    • Mening van deskundigen

Bronnen

 

Levels of Evidence

Algemene informatie

Beeldvorming

Algemeen

Aanvullend

Documentatie

Beschrijving van het letsel

Bij de verslaglegging van letsels van het bewegingsapparaat dienen de volgende items beschreven te worden.

Fractuurclassificatie

- Meest gangbaar is de classificatie volgens AO; codering voor achtereenvolgens bot; type; groep; subgroep.

ao class


Classificatie weke delen letsel

Open (gecompliceerde) fracturen worden geclassificeerd volgens Gustilo (1)

Referentie

  1. Gustilo RB, Anderson JT. Prevention of infection in the treatment of one thousand and twenty-five open fractures of long bones: retrospective and prospective analyses. J Bone Joint Surg 1976;58A:453-458.
  2. Wheelessonline

Gesloten fracturen worden geclassificeerd volgens Tscherne

 

Laatste update: april 2014

Conservatieve behandeling

Reposities

 

Referenties

  1. Ross A, Catanzariti AR, Mendicino RW. The hematoma block: a simple, effective technique for closed reduction of ankle fracture dislocations. J Foot Ankle Surg. 2011 Jul-Aug;50(4):507-9.
  2. Myderrizi N, Mema B. The hematoma block an effective alternative for fracture reduction in distal radius fractures. Med Arh. 2011;65(4):239-42.

 

Medicatie:

Referentie

  1. Testroote M, Stigter W, de Visser DC, Janzing H. Low molecular weight heparin for prevention of venous thromboembolism in patients with lower-leg immobilization. Cochrane Database Syst rev. 2008 Oct 8;(4):

Poliklinische controle:

Indien een patient poliklinisch behandeld kan worden dan moeten er duidelijke instructies gegeven worden over mogelijke complicaties, voornamelijk bij gipsimmobilisatie. Alarmsymptomen zijn;

  1. toenemende pijn
  2. toenemende zwelling of verkleuring van de tenen of vingers
  3. gevoelsvermindering


In principe kan de patient na een week worden terug gezien op de polikliniek.

 

Reviewed: april 2014

Operatieve behandeling

Algemeen

Timing van opereren

 

Referenties

  1. EAST Practice Management Guidelines: Optimal Timing of Long Bone Fracture Stabilization in Polytrauma Patients.
  2. Tuttle MS, Smith WR, Williams AE, Agudelo JF, Hartshorn CJ, Moore EE, Morgan SJ. Safety and efficacy of damage control external fixation versus early definitive stabilization for femoral shaft fractures in the multiple-injured patient. J Trauma. 2009 Sep;67(3):602-5.
  3. Pape HC, Tornetta P 3rd, Tarkin I, Tzioupis C, Sabeson V, Olson SA. Timing of fracture fixation in multitrauma patients: the role of early total care and damage control surgery. J Am Acad Orthop Surg. 2009 Sep;17(9):541-9.


Antibiotica


Referenties

  1. EAST Practice Management Guidelines Work Group: update to practice management guidelines for prophylactic antibiotic use in open fractures. J Trauma 2011 Mar;70(3):751-4
  2. Gillespie WJ, Walenkamp G. Antibiotic prophylaxis for surgery for proximal femoral and other closed long bone fractures. Cochrane database syst rev, 2010 Mar 17;(3):
  3. Slobogean GP, Kennedy SA, Davidson D, O'Brien PJ. Single- versus multiple-dose antibiotic prophylaxis in the surgical treatment of closed fractures: a meta-analysis. J Orthop Trauma. 2008 Apr;22(4):264-9

 

Redon drains

Referenties

  1. Parker MJ, Roberts C. Closed suction surgical wound drainage after orthopaedic surgery. CochraneDatabase Syst rev. 2007 Jul 18;(3)
 
Reviewed: april 2014

Controle en nabehandeling

Algemeen

Indien een patient poliklinisch behandeld kan worden dan moeten er duidelijke instructies gegeven worden over mogelijke complicaties, voornamelijk bij gipsimmobilisatie. Alarmsymptomen zijn;

  1. toenemende pijn
  2. toenemende zwelling of verkleuring van de tenen of vingers
  3. gevoelsvermindering


In principe kan de patient na een week worden terug gezien op de polikliniek. Tenzij er andere factoren zijn die eerder aandacht behoeven zoals hierboven beschreven of bij patienten na een operatie: controle van de weke delen, twijfel over het behoud van de stand van de fractuur of doorgelekte verbanden.

Bij pijn moet de patient altijd gezien worden en uitgesloten worden dat er complicaties zijn zoals drukplekken, te strak (circulair) gips, of ernstige complicaties zoals compartimentsyndroom of dystrofie.

Poliklinische fysiotherapie wordt in principe alleen voorgeschreven als er onvoldoende progressie in de beweging is 3 weken na (oefenstabiele) osteosynthese of het verwijderen van het gips.

Trombose profylaxe

- Bij boven- en onderbeensgips thromboseprofylaxe (bij voorkeur Fraxiparine)
- Bij het meer dan 5 dagen onbelast houden van een extremiteit

Referentie
1. Testroote M, Stigter W, de Visser DC, Janzing H. Low molecular weight heparin for prevention of venous thromboembolism in patients with lower-leg immobilization. Cochrane Database Syst rev. 2008 Oct 8;(4):

 

Verwijderen osteosynthese materiaal

Het verwijderen van osteosynthese materiaal is niet risicoloos en dient daarom alleen op indicatie te gebeuren na goed overleg met de patient. (NB op dit moment loopt er een Nederlandse prospectieve multicentre clinical cohort studie die oa de klinische uitkomsten van het verwijderen van osteosynthese materiaal analyseert (3))

Referenties:

  1. Krettek C, Müller C, Meller R, Jagodzinski M, Hildebrand F, Gaulke R. Is routine implant removal after trauma surgery sensible? Unfallchirurg. 2012 Apr;115(4):315-22
  2. Vos D, Hanson B, Verhofstad M. Implant removal of osteosynthesis: the Dutch practice. Results of a survey. J Trauma Manag Outcomes. 2012 Aug 3;6(1):6
  3. Vos DD, Verhofstad MM, Hanson BB, Graaf YY van der, Werken CC van der. Clinical outcome of implant removal after fracture healing. Design of a prospective multicentre clinical cohort study. BMC Musculoskelet Disord. 2012 Aug 15;13(1):147.
 
Reviewed: april 2014

Complicaties

Algemeen

Indien een patient poliklinisch behandeld wordt dan moeten er duidelijke instructies gegeven worden over mogelijke complicaties, voornamelijk bij gipsimmobilisatie. Alarmsymptomen zijn;
1. toenemende pijn
2. toenemende zwelling of verkleuring van de tenen of vingers
3. gevoelsvermindering

In principe kan de patient na een week worden terug gezien op de polikliniek, zowel postoperatief als na conservatieve (gips) behandeling.

Compartiment syndroom

De meest voorkomende plek voor het ontwikkelen van een compartimentsyndroom is in het onderbeen (anticus loge), maar theoretisch kan het in elk afgesloten compartiment voorkomen inclusief handen, voeten en abdomen.
Het wordt veroorzaakt door ischaemie als gevolg van een toegenomen druk in het compartiment door bloedingen of oedeem. Die toegenomen druk kan uiteindelijk hoger worden dan de perfusiedruk van de capillairen waardoor de ischaemie ontstaat. De eerste verschijnselen zijn sensibilitietsstoornissen omdat het zenuwweefsel het meest gevoelig is voor ischaemie (eerst sensibel, later pas motorisch). De ischaemie van de spieren die uiteindelijk ontstaat, leidt tot zeer heftige pijn.

Anticusloge:
Sensibilieteisvermindering in de 1e webspace van de voet en/of extreme pijn in de anticusloge (spontaan of bij bewegen van de hallux en heftiger dan alleen door het oorsponkelijke letsel te verklaren), zijn aanwijzingen voor een compartimentsyndroom. Bij de niet aanspreekbare patient kan een logedruk gemeten worden.

Logedruk:
Er zijn verschillende meningen over welke logedruk bij de meting geaccepteerd moet worden. Mubarak beschrijft een absolute druk van 30mm Hg als maximale grens (1). Hierboven dient een fasciotomie verricht te worden.
McQueen echter hanteert een drukverschil tussen de diastolische en de logedruk(2). Indien het verschil van de drukken groter is dan 30mmHg kan een fasciotomie achterwege gelaten worden zonder verlies van spierfunctie. De verschillende bevindingen worden opgesomd in het artikel van Taylor(3).

Behandeling:
Een compartimentsyndroom is een spoedindicatie voor een operatie. De behandeling bestaat uit het verrichten van een dermatofasciotomie. Voor een compartimentsyndroom van het onderbeen dienen altijd alle 4 de compartimenten geopend te worden.

Referenties

  1. Mubarak SJ, Owen CA, Hargens AR, et al. Acute compartment syndromes: diagnosis and treatment with the aid of the wick catheter. J Bone Joint Surg Am. 1978;60:1091–5.
  2. McQueen MM, Court-Brown CM. Compartment monitoring in tibial fractures: The pressure threshold for decompression. J Bone Joint Surg Br. 1996;78:99–104.
  3. Taylor RM, Sullivan MP, Mehta S. Acute compartment syndrome: obtaining diagnosis, providing treatment, and minimizing medicolegal risk. Curr Rev Musculoskelet Med. 2012 Sep;5(3):206-13.
 
Reviewed: april 2014

Detail schouder

coracoid scapula scapula scapula rib rib clavicula

Detail elleboog

distale humerus olecranon radiuskop en -hals

 

Detail pols

distale radius scafoid metacarpalia caput metacarpalia bennett vinger

Detail voet

talus calcaneus tarsalia metatarsalia

Detail Knie

knie femurschacht patella tibiaplateau fibulaschacht tibiaschacht

Detail heup

femurkop collum pertrochantere femurfractuur subtrochantere femurfractuur acetabulum bekken

Bovenste extremiteit

Humerusschacht fracturen

Classificatie

AO classificatie type 12

Beeldvorming

Volledige humerus inclusief aangrenzende gewrichten, AP en lateraal

Behandeling

Conservatief:

In principe conservatief. Behandeling duurt lang; 10-16 weken (gemiddeld 10,7 weken, met een succespercentage van bijna 95% (7)). Sling of mitella of volgens Sarmiento methode (6). Na 3 weken functioneel behandelen, met sling of in brace. Volledige belasting op de elleboog en actieve beweging van de schouder uitstellen tot na volledige genezing van de fractuur.

Operatief:

Er zijn aanwijzingen dat een plaatosteosynthese de voorkeur heeft boven een intramedullaire pen (1), maar anderen weerleggen dit (2) omdat er bij de intramedullaire pen minder risico op infectie zou zijn en een snellere functioneel herstel. Een recent overzicht zet de voor- en nadelen op een rij(3). Bij graad 3 gecompliceerde fracturen kan voor een tijdelijke fixateur externe gekozen worden. Bij een intramedullaire pen kan sneller gemobiliseerd worden.

Controle en nabehandeling

Conservatief:
Indien brace dan deze gedurende 8 -12 weken afhankelijk van de genezing. Oefenen vanaf 3 weken. Controlefoto op 1,3,6 en 12 weken
.

Operatief:
Controlefoto na 1 week gevolgd door functionele behandeling. evt. eerste week collar and cuff. Volgende controlefoto na 6 weken en dan de belasting opvoeren.

 

Complicaties

· Uitval van de nervus radialis. Primaire uitval op zichzelf is geen operatie-indicatie, omdat het meestal berust op een tijdelijk probleem . De spontane genezingskans bij conservatieve behandeling ligt rond de 70% (5). Pas na 4 maanden een EMG laten verrichten om de definitieve schade te bepalen. Nervus radialis uitval in combinatie met een open fractuur is wel een operatie-indicatie.

 

Biomet suggestie
Close

Uniflex Humeral Nail

 

Referenties

  1. McCormack RG, Brien D, Buckley RE, McKee MD, Powell J, Schemitsch EH. Fixation of fractures of the shaft of the humerus by dynamic compression plate or intramedullary nail. A prospective, randomised trial. J Bone Joint Surg Br 2000 Apr;82(3):336-9.
  2. Changulani M, Jain UK, Keswani T. Comparison of the use of the humerus intramedullary nail and dynamic compression plate for the management of diaphyseal fractures of the humerus. A randomised controlled study. Int Orthop. 2007 Jun;31(3):391-5.
  3. Carroll EA, Schweppe M, Langfitt M, Miller AN, Halvorson JJ. Management of humeral shaft fractures. J Am Acad Orthop Surg. 2012 Jul;20(7):423-33.
  4. Rommens PM, Kuechle R, Bord T, Lewens T, Engelmann R, Blum J. Humeral nailing revisited. Injury. 2008 Dec;39(12):1319-28.
  5. Shao YC, Harwood P, Grotz MR, Limb D, Giannoudis PV. Radial nerve palsy associated with fractures of the shaft of the humerus: a systematic review. J Bone Joint Surg Br. 2005 Dec;87(12):1647-52.
  6. Sarmiento A, Zagorski JB, Zych GA, Latta LL, Capps CA. Functional bracing for the treatment of fractures of the humeral diaphysis.
    J Bone Joint Surg Am. 2000 Apr;82(4):478-86.
  7. Papasoulis E, Drosos GI, Ververidis AN, Verettas DA. Functional bracing of humeral shaft fractures. A review of clinical studies.Injury. 2010 Jul;41(7):e21-27.

 

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Olecranon fracturen

Classificatie

AO classificatie type 21

 

Beeldvorming

X-elleboog, AP en lateraal.

 

Behandeling

Conservatief:
Alleen de niet-gedisloceerde fractuur met intakte strekfunctie. Behandelen met bovenarmsgips in 45° gedurende 4-6 weken

Operatief:
Gedisloceerde fracturen. Zuggertung osteosynthese en bij de distale of complexe (bv multifragmentaire) fracturen een hoekstabiele plaat osteosynthese (3). Het wordt geadviseerd om bij de Zuggertung de K-draden transcorticaal te plaatsen ipv intramedullair (1)

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Post-operatief:

 

Referenties

  1. van der Linden SC, van Kampen A, Jaarsma RL. K-wire position in tension-band wiring technique affects stability of wires and long-term outcome in surgical treatment of olecranon fractures. J Shoulder Elbow Surg. 2012 Mar;21(3):405-11.
  2. Nork SE, Jones CB, Henley MB. Surgical treatment of olecranon fractures. Am J Orthop (Belle Mead NJ). 2001 Jul;30(7):577-86.
  3. Anderson ML, Larson AN, Merten SM, Steinmann SP. Congruent elbow plate fixation of olecranon fractures. J Orthop Trauma. 2007 Jul;21(6):386-93.
  4. Bailey CS, MacDermid J, Patterson SD, King GJ. Outcome of plate fixation of olecranon fractures. J Orthop Trauma 2001 Nov;15(8):542-8.
  5. Lindenhovius AL, Brouwer KM, Doornberg JN, Ring DC, Kloen P.J Long-term outcome of operatively treated fracture-dislocations of the olecranon. Orthop Trauma. 2008 May-Jun;22(5):325-31.

 

Naslag

Wheeless' Textbook of Orthopaedics.

 

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Coronoideum fractuur

Classificatie

Regan & Morrey (1)

 

Beeldvorming

X-elleboog AP en lateraal. Zo nodig CT-scan

 

Behandeling

Conservatief:
Type 1: Bovenarmsgips voor 2 weken

Operatief:
Type 2 en 3: Repositie en interne fixatie. Indien de fixatie niet stabiel lijkt dan tevens bovenarmsgips voor 6 weken

 

Controle en Nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Regan W, Morrey B Fractures of the coronoid process of the ulna. J Bone Joint Surg Am. 1989 Oct; 71(9):1348-54.
  2. Bousselmame N, Boussouga M, Bouabid S, Galuia F, Taobane H, Moulay I. [Fractures of the coronoid process]. Chir Main. 2000 Nov;19(5):286-93.
  3. Wang YH, Meng QB, Wu JD, Ma JC, Liu F. Treatment of fractures of the ulnar coronoid process. Orthop Surg. 2009 Nov;1(4):269-74


Naslag

Wheeless' Textbook of Orthopaedics.

 

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Radiuskop en -hals fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

X-elleboog AP en lateraal. Eventueel radiuskopdetail (3/4). Zo nodig CT.

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en Nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Ikeda M, Sugiyama K, Kang C, Takagaki T, Oka Y. Comminuted fractures of the radial head: comparison of resection and internal fixation. Surgical technique. J Bone Joint Surg Am. 2006 Mar;88 Suppl 1 Pt 1:11-23.
  2. Ruan HJ, Fan CY, Liu JJ, Zeng BF. A comparative study of internal fixation and prosthesis replacement for radial head fractures of Mason type III. Int Orthop. 2009 Feb;33(1):249-53. Epub 2007 Oct 16.
  3. Cooney WP. Radial head fractures and the role of radial head prosthetic replacement: current update. Am J Orthop (Belle Mead NJ). 2008 Aug;37(8 Suppl 1):21-5.
  4. Gao Y, Zhang W, Duan X, Yang J, Al-Qwbani M, Lv J, Xiang Z. Surgical interventions for treating radial head fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2013 May 31;5



Naslag

Wheeless' Textbook of Orthopaedics.

 

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Proximale humerus fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

X-schouder AP en axiaal en laagdrempelig een CT-scan.

 

Behandeling

Prognostisch ongunstige kenmerken (4):

Conservatief:

Operatief:

Algemeen: Het is nog steeds onduidelijk of een osteosynthese uiteindelijk een beter uitkomst geeft ten opzichte van een conservatieve behandeling (3). Op dit moment lopen er verschillende prospectieve studies die dat mogelijk zullen gaan ophelderen (5,6)

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Neer CS. Displaced proximal humeral fractures: I. classification and evaluation. J Bone Joint Surg. 1970;52A:1077–1089
  2. Court-Brown CM, McQueen MM. Two-part fractures and fracture dislocations. Hand Clin. 2007 Nov;23(4):397-414
  3. Handoll HH, Ollivere BJ, Rollins KE Interventions for treating proximal humeral fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2012;(12):CD000434.
  4. Hertel R, Hempfing A, Stiehler M, Leunig M.J Predictors of humeral head ischemia after intracapsular fracture of the proximal humerus.Shoulder Elbow Surg. 2004 Jul-Aug;13(4):427-33.
  5. Den Hartog D, Van Lieshout EM et al. Primary hemiarthroplasty versus conservative treatment for comminuted fractures of the proximal humerus in the elderly (ProCon): a multicenter randomized controlled trial. NW.BMC Musculoskelet Disord. 2010 May 25;11:97.
  6. Verbeek PA, van den Akker-Scheek I, et al. Hemiarthroplasty versus angle-stable locking compression plate osteosynthesis in the treatment of three- and four-part fractures of the proximal humerus in the elderly: design of a randomized controlled trial. BMC Musculoskelet Disord. 2012 Feb 9;13:16

Naslag

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Condylaire humerus fracturen

Classificatie

AO classificatie type 13

 

Beeldvorming

X elleboog, AP en lateraal, eventueel CT scan

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Nauth A, McKee MD, Ristevski B, Hall J, Schemitsch EH. Distal humeral fractures in adults. J Bone Joint Surg Am. 2011 Apr 6;93(7):686-700.
  2. McCarty LP, Ring D, Jupiter JB. Management of distal humerus fractures. Am J Orthop (Belle Mead NJ). 2005 Sep;34(9):430-8.
  3. Wang Y, Zhuo Q, Tang P, Yang W. Surgical interventions for treating distal humeral fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2013 Jan 31
  4. Zalavras CG, McAllister ET, Singh A, Itamura JM. Operative treatment of intra-articular distal humerus fractures. Am J Orthop (Belle Mead NJ). 2007 Dec;36(12 Suppl 2):8-12.
  5. Doornberg JN, van Duijn PJ, Linzel D, Ring DC, Zurakowski D, Marti RK, Kloen P. Surgical treatment of intra-articular fractures of the distal part of the humerus. Functional outcome after twelve to thirty years. J Bone Joint Surg Am. 2007 Jul;89(7):1524-32.
  6. Ring D, Jupiter JB. Fractures of the distal humerus. Orthop Clin North Am. 2000 Jan;31(1):103-13.
  7. Ring D, Jupiter JB. Complex fractures of the distal humerus and their complications. J Shoulder Elbow Surg 1999 Jan-Feb;8(1):85-97.

 

Naslag

Wheeless' Textbook of Orthopaedics

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Acromion fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

X-schouder: AP, lateraal en axiaal

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Kuhn JE, Blasier RB, Carpenter JE. Fractures of the acromion process: a proposed classification system. J Orthop Trauma. 1994;8(1):6-13.
 
Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Coracoid fracturen

Classificatie

Volgens Ogawa (1): de fractuur wordt beschreven in relatie tot het coracoclaviculaire ligament :

 

Beeldvorming

X-Schouder: AP, lateraal en axiaal

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Ogawa K, Yoshida A, Takahashi M, Ui M. Fractures of the coracoid process. J Bone Joint Surg Br. 1997 Jan;79(1):17-9.
  2. Ogawa K, Matsumura N, Ikegami H. Coracoid Fractures: Therapeutic Strategy and Surgical Outcomes. J Trauma. 2011 Aug 17

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Scapula fracturen

Scapulablad

Scapulanek

Classificatie

 

Röntgendiagnostiek

X-Scapula: AP, lateraal en axiaal. Eventueel CT-scan

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Wiedemann E. Fractures of the scapula. Unfallchirurg. 2004 Dec;107(12):1124-33.
  2. Lantry JM, Roberts CS, Giannoudis PV. Operative treatment of scapular fractures: a systematic review. Injury. 2008 Mar;39(3):271-83. Epub 2007 Oct 4.
  3. Cole PA, Gauger EM, Schroder LK. Management of scapular fractures. J Am Acad Orthop Surg. 2012 Mar;20(3):130-41.

Naslag

Wheeless' Textbook of Orthopaedics

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Glenoid fracturen

Classificatie

Volgens Ideberg (1):

 

Beeldvorming

X-schouder: AP, lateraal en axiaal. CT-scan bij onvoldoende informatie over fracturering of bij twijfel over de operatieindicatie.

 

Behandeling

Conservatief:
Behandeling met 6 weken mitella kan gehanteerd worden voor bij de volgende situaties

Operatief:
Behandeling met interne fixatie bij de volgende situaties

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Ideberg R, Grevsten S, Larsson S. Epidemiology of scapular fractures. Incidence and classification of 338 fractures. Acta Orthop Scand. 1995 Oct;66(5):395-7.
  2. Cole PA, Gauger EM, Schroder LK. Management of scapular fractures. J Am Acad Orthop Surg. 2012 Mar;20(3):130-41.
  3. Anavian J, Gauger EM, Schroder LK, Wijdicks CA, Cole PA.J Surgical and functional outcomes after operative management of complex and displaced intra-articular glenoid fractures. Bone Joint Surg Am. 2012 Apr 4;94(7):645-53.

Naslag

 

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Onderarm fracturen

Classificatie

AO classificatie type22

 

Beeldvorming

X-onderarm: AP en lateraal

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Handoll HH, Pearce P. Interventions for treating isolated diaphyseal fractures of the ulna in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2012 Jun 13;6:
  2. Eathiraju S, Mudgal CS, Jupiter JB. Monteggia fracture-dislocations. Hand Clin. 2007 May;23(2):165-77
  3. Konrad GG, Kundel K, Kreuz PC, Oberst M, Sudkamp NP. Monteggia fractures in adults: long-term results and prognostic factors. J Bone Joint Surg Br. 2007 Mar;89(3):354-60.
  4. Giannoulis FS, Sotereanos DG. Galeazzi fractures and dislocations. Hand Clin. 2007 May;23(2):153-63, v.
  5. Chloros GD, Wiesler ER, Stabile KJ, Papadonikolakis A, Ruch DS, Kuzma GR. Reconstruction of essex-lopresti injury of the forearm: technical note. J Hand Surg Am. 2008 Jan;33(1):124-30.


Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Distale radius fracturen

Classificatie

AO classificatie type 23

 

Beeldvorming

X- pols AP en lateraal (Normale anatomie: Medoff RJ)

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Medoff RJ. Hand Clin. Essential radiographic evaluation for distal radius fractures. 2005 Aug;21(3):279-88.
  2. Zollinger PE, Tuinebreijer WE, Breederveld RS, Kreis RW. Can vitamin C prevent complex regional pain syndrome in patients with wrist fractures? A randomized, controlled, multicenter dose-response study. J Bone Joint Surg Am. 2007 Jul;89(7):1424-31.
  3. Handoll HH, Madhok R. Surgical interventions for treating distal radial fractures in adults.Cochrane Database Syst Rev. 2003;(3):CD003209.
  4. Handoll HH, Huntley JS, Madhok R. External fixation versus conservative treatment for distal radial fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2007 Jul 18;(3):CD006194
  5. Handoll HH, Vaghela MV, Madhok R. Percutaneous pinning for treating distal radial fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2007 Jul 18;(3):CD006080.
  6. Landgren M, Jerrhag D, Tägil M, Kopylov P, Geijer M, Abramo A. External or internal fixation in the treatment of non-reducible distal radial fractures? Acta Orthop. 2011 Oct;82(5):610-3. Epub 2011 Sep 6.
  7. Handoll HH, Madhok R, Howe TE. Rehabilitation for distal radial fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2006 Jul 19;(3):CD003324.
  8. Ekrol I, Duckworth AD, Ralston SH, Court-Brown CM, McQueen MM.RThe influence of vitamin C on the outcome of distal radial fractures: a double-blind, randomized controlled trial.


 
Reviewed: feb 2015

Bovenste extremiteit

Metacarpale schachtfracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

X-hand AP, lateraal en gerichte straal opname

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Rhee SH, Lee SK, Lee SL, Kim J, Baek GH, Lee YH. Prospective multicenter trial of modified retrograde percutaneous intramedullary Kirschner wire fixation for displaced metacarpal neck and shaft fractures. Plast Reconstr Surg. 2012 Mar;129(3):694-703.
  2. Downing ND, Davis TR. Intramedullary fixation of unstable metacarpal fractures. Hand Clin. 2006 Aug;22(3):269-77.
  3. Kawamura K, Chung KC. Fixation choices for closed simple unstable oblique phalangeal and metacarpal fractures. Hand Clin. 2006 Aug;22(3):287-95.
  4. Tavassoli J, Ruland RT, Hogan CJ, Cannon DL. Three cast techniques for the treatment of extra-articular metacarpal fractures. Comparison of short-term outcomes and final fracture alignments. J Bone Joint Surg Am. 2005 Oct;87(10):2196-201.

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Subcapitale metacarpale fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Tavassoli J, Ruland RT, Hogan CJ, Cannon DL. Three cast techniques for the treatment of extra-articular metacarpal fractures. Comparison of short-term outcomes and final fracture alignments. J Bone Joint Surg Am. 2005 Oct;87(10):2196-201.
  2. Poolman RW, Goslings JC, Lee JB, Statius Muller M, Steller EP, Struijs PA. Conservative treatment for closed fifth (small finger) metacarpal neck fractures. Cochrane Database Syst Rev. 2005 Jul 20;(3):CD003210.
  3. Windolf J, Rueger JM, Werber KD, Eisenschenk A, Siebert H, Schädel-Höpfner M. Treatment of metacarpal fractures. Recommendations of the Hand Surgery Group of the German Trauma Society.
    Unfallchirurg. 2009 Jun;112(6):577-88; quiz 589.

 

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Caput metacarpale fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Tavassoli J, Ruland RT, Hogan CJ, Cannon DL. Three cast techniques for the treatment of extra-articular metacarpal fractures. Comparison of short-term outcomes and final fracture alignments. J Bone Joint Surg Am. 2005 Oct;87(10):2196-201.

 

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Basis metacarpale 1 fractuur

Classificatie

Volgens Green & O'brien (1):

 

Beeldvorming

X duim: AP, lateraal

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Green DP, O'Brien ET. Fractures of the thumb metacarpal. South Med J. 1972 Jul;65(7):807-14.
  2. Brownlie C, Anderson D. Bennett fracture dislocation - review and management. Aust Fam Physician. 2011 Jun;40(6):394-6.
  3. Edmunds JO. Traumatic dislocations and instability of the trapeziometacarpal joint of the thumb. Hand Clin. 2006 Aug;22(3):365-92.
  4. Huang JI, Fernandez DL. Fractures of the base of the thumb metacarpal. Instr Course Lect. 2010;59:343-56.

Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Vinger fracturen

Classificatie

geen

Beeldvorming

X-vinger AP en lateraal (incl. MCP gewricht). Let op intra-articulaire dislocatie en comminutie.

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Koul AR, Patil RK, Philip V. Traction splints: effective nonsurgical way of managing proximal phalanx fractures. J Trauma. 2009 Jun;66(6):1641-6.
  2. Henry MH. Fractures of the proximal phalanx and metacarpals in the hand: preferred methods of stabilization. J Am Acad Orthop Surg. 2008 Oct;16(10):586-95.
  3. Gaston RG, Chadderdon C. Phalangeal fractures: displaced/nondisplaced. Hand Clin. 2012 Aug;28(3):395-401


Bovenste extremiteit

Scafoid fracturen

Classificatie

volgens Herbert(1):

 

Beeldvorming

X-pols: AP en lateraal en scaphoïdserie. Bij type B4 ook bedacht zijn op mogelijke perilunaire luxatie. Bij twijfel verdient een scintigrafie de voorkeur boven een MRI (2)

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Krimmer H, Schmitt R, Herbert T. Scaphoid fractures--diagnosis, classification and therapy.Unfallchirurg. 2000 Oct;103(10):812-9.
  2. Beeres FJ, Rhemrev SJ, et al. Early magnetic resonance imaging compared with bone scintigraphy in suspected scaphoid fractures.Bone Joint Surg Br. 2008 Sep;90(9):1205-9.
  3. Rhemrev SJ, Ootes D, Beeres FJ, Meylaerts SA, Schipper IB. Current methods of diagnosis and treatment of scaphoid fractures. Int J Emerg Med. 2011 Feb 4;4:4.



Reviewed: april 2014

Bovenste extremiteit

Fracturen carpalia

Classificatie

Geen

 

Beeldvorming

X-pols: AP en lateraal en scaphoïdserie. Bij twijfel kan een CT-scan overwogen worden

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

Reviewed: april 2014

Bekken

Bekkenring fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Cullinane DC, Schiller HJ, Zielinski MD, et al Eastern Association for the Surgery of Trauma practice management guidelines for hemorrhage in pelvic fracture--update and systematic review. J Trauma. 2011 Dec;71(6):1850-68.
  2. Hou Z, Smith WR, Strohecker KA, et al Hemodynamically unstable pelvic fracture management by advanced trauma life support guidelines results in high mortality. Orthopedics. 2012 Mar 7;35(3):e319-24.
  3. Rasmussen MS, Jørgensen LN, Wille-Jørgensen P. Prolonged thromboprophylaxis with low molecular weight heparin for abdominal or pelvic surgery. Cochrane Database Syst Rev. 2009 Jan 21;(1):CD004318.

Reviewed: april 2014

Bekken

Acetabulum

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief

Operatief

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Beaulé PE, Dorey FJ, Matta JM. Letournel classification for acetabular fractures. Assessment of interobserver and intraobserver reliability. J Bone Joint Surg Am. 2003 Sep;85-A(9):1704-9.
  2. O'Toole RV, Cox G, Shanmuganathan K et al Evaluation of computed tomography for determining the diagnosis of acetabular fractures.J Orthop Trauma. 2010 May;24(5):284-90.
  3. Pagenkopf E, Grose A, Partal G, Helfet DL. Acetabular fractures in the elderly: treatment recommendations. HSS J. 2006 Sep;2(2):161-71.
  4. Rasmussen MS, Jørgensen LN, Wille-Jørgensen P. Prolonged thromboprophylaxis with low molecular weight heparin for abdominal or pelvic surgery. Cochrane Database Syst Rev. 2009 Jan 21;(1):CD004318.
  5. Judet R, Judet J, Letournel E. Fractures of the acetabulum: classification and surgical approaches for open reduction. J Bone Joint Surg. 1964;46A:1615-1638.

Naslag

Rockwood & Green's Fractures in Adults 6th edition

 

Reviewed: april 2014

Heup

Femurkop fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

X-bekken: AP, ala en obturator. CT-scan laagdrempelig

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Henle P, Kloen P, Siebenrock KA. Femoral head injuries: Which treatment strategy can be recommended? Injury. 2007 Apr;38(4):478-88. Epub 2007 Apr 2.
  2. Chen ZW, Zhai WL, et al Orthopedics. 2011 May 18;34(5):350. doi: 10.3928/01477447-20110317-09.
    Operative versus nonoperative management of Pipkin type-II fractures associated with posterior hip dislocation.
  3. Thannheimer A, Gutsfeld P, Bühren V. [Current therapy options for fractures of the femoral head]. Chirurg. 2009 Dec;80(12):1140-6.
  4. Rasmussen MS, Jørgensen LN, Wille-Jørgensen P. Prolonged thromboprophylaxis with low molecular weight heparin for abdominal or pelvic surgery. Cochrane Database Syst Rev. 2009 Jan 21;(1):CD004318.

 

Reviewed: april 2014

Heup

Collum fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Handoll HH, Parker MJ. Conservative versus operative treatment for hip fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2008 Jul 16;(3):CD000337.
  2. Parker MJ, Gurusamy KS. Different implants used to fix certain types of hip fractures. Cochrane summaries 2011, feb 16.
  3. Parker MJ, Gurusamy K. Internal fixation versus arthroplasty for intracapsular proximal femoral fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2006 Oct 18;(4):CD001708.


Reviewed: april 2014

Heup

Pertrochantere femur fracturen

Classificatie

AO classificatie type 31

 

Beeldvorming

 

Behandeling

 

Controle en nabehandeling

 

Referenties

  1. Parker MJ, Handoll HH. Gamma and other cephalocondylic intramedullary nails versus extramedullary implants for extracapsular hip fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2010 Sep 8;(9):CD000093.
  2. Yli-Kyyny TT, Sund R, et al. Extra- and intramedullary implants for the treatment of pertrochanteric fractures - Results from a Finnish National Database Study of 14,915 patients. Injury. 2012 Dec;43(12):2156-60.
  3. Pajarinen J, Lindahl J, et al. Pertrochanteric femoral fractures treated with a dynamic hip screw or a proximal femoral nail. A randomised study comparing post-operative rehabilitation. Bone Joint Surg Br. 2005 Jan;87(1):76-81.

 

Reviewed: april 2014

Heup

Subtrochantere femur fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Operatief (er is geen conservatieve therapie):

 

Controle en nabehandeling

 

Referenties

  1. Parker MJ, Handoll HH. Gamma and other cephalocondylic intramedullary nails versus extramedullary implants for extracapsular hip fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2010 Sep 8;(9):CD000093.

 

Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Femurschacht fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Operatief (er is geen conservatieve therapie):

 

Controle en nabehandeling

 

Referenties

  1. Brumback RJ, Virkus WW. Intramedullary nailing of the femur: reamed versus nonreamed. Am Acad Orthop Surg. 2000 Mar-Apr;8(2):83-90.
  2. Bhandari M, Guyatt GH, et al Reamed versus nonreamed intramedullary nailing of lower extremity long bone fractures: a systematic overview and meta-analysis. J Orthop Trauma 2000 Jan;14(1):2-9.
  3. Brundage SI, McGhan R, et al Timing of femur fracture fixation: effect on outcome in patients with thoracic and head injuries.J Trauma. 2002 Feb;52(2):299-307.
  4. Tuttle MS, Smith WR, Williams AE, et al Safety and efficacy of damage control external fixation versus early definitive stabilization for femoral shaft fractures in the multiple-injured patient. J Trauma. 2009 Sep;67(3):602-5.
  5. Ricci WM, Gallagher B, Haidukewych GJ. Intramedullary nailing of femoral shaft fractures: current concepts. J Am Acad Orthop Surg. 2009 May;17(5):296-305.


Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Supra- en intercondylaire femurfracturen

Classificatie

 

Röntgendiagnostiek

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Gwathmey FW Jr, Jones-Quaidoo SM, Kahler D, Hurwitz S, Cui Q. Distal femoral fractures: current concepts. J Am Acad Orthop Surg. 2010 Oct;18(10):597-607.
  2. Kolb W, Guhlmann H, Windisch C, Marx F, Kolb K, Koller H. Fixation of distal femoral fractures with the Less Invasive Stabilization System: a minimally invasive treatment with locked fixed-angle screws. J Trauma. 2008 Dec;65(6):1425-34.
  3. Henderson CE, Kuhl LL, Fitzpatrick DC, Marsh JL. Locking plates for distal femur fractures: is there a problem with fracture healing? J Orthop Trauma. 2011 Feb;25 Suppl 1:S8-14.
  4. Zlowodzki M, Bhandari M, Marek DJ, Cole PA, Kregor PJ.Operative treatment of acute distal femur fractures: systematic review of 2 comparative studies and 45 case series (1989 to 2005) J Orthop Trauma. 2006 May;20(5):366-71

Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Patella fracturen

Classificatie

Onderscheid maken tussen

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief :

Operatief:

 

Referenties

  1. Melvin JS, Mehta S. Patellar fractures in adults. J Am Acad Orthop Surg. 2011 Apr;19(4):198-207.
  2. Galla M, Lobenhoffer P. [Patella fractures]. Chirurg. 2005 Oct;76(10):987-97


Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Tibiaplateau fracturen

Classificatie

schatzker

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief

Operatief

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Jensen DB, Rude C, Duus B, Bjerg-Nielsen A.Tibial plateau fractures. A comparison of conservative and surgical treatment. J Bone Joint Surg Br. 1990 Jan;72(1):49-52.
  2. Musahl V, Tarkin I, Kobbe P, Tzioupis C, Siska PA, Pape HC. New trends and techniques in open reduction and internal fixation of fractures of the tibial plateau. J Bone Joint Surg Br. 2009 Apr;91(4):426-33.
  3. Mahadeva D, Costa ML, Gaffey A. Open reduction and internal fixation versus hybrid fixation for bicondylar/severe tibial plateau fractures: a systematic review of the literature. Arch Orthop Trauma Surg. 2008 Oct;128(10):1169-75. Epub 2008 Jan 4.
  4. Dirschl DR, Del Gaizo D. Staged management of tibial plateau fractures. Am J Orthop (Belle Mead NJ). 2007 Apr;36(4 Suppl):12-7.
  5. Testroote M, Stigter W, de Visser DC, Janzing H. Low molecular weight heparin for prevention of venous thromboembolism in patients with lower-leg immobilization. Cochrane Database Syst rev. 2008 Oct 8;(4):

 

Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Fibulaschacht fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

 

Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Tibiaschacht/cruris fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

 

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

De duur tot genezing bij tibiaschachtfracturen is zeer lang. Voor de stabiele fracturen gemiddeld 20 weken, voor de instabiele fracturen >30 weken!

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Sarmiento A, Latta LL. 450 closed fractures of the distal third of the tibia treated with a functional brace. Clin Orthop Relat Res. 2004 Nov;(428):261-71.
  2. Sarmiento A, Latta LL. Fractures of the middle third of the tibia treated with a functional brace. Clin Orthop Relat Res. 2008 Dec;466(12):3108-15. Epub 2008 Aug 22.
  3. Schmidt AH, Finkemeier CG, Tornetta P 3rd. Treatment of closed tibial fractures. Instr Course Lect. 2003;52:607-22.
  4. Duan X, Al-Qwbani M, Zeng Y, Zhang W, Xiang Z. Intramedullary nailing for tibial shaft fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2012 Jan 18;1:CD008241.
  5. Vallier HA, Cureton BA, Patterson BM. Randomized, prospective comparison of plate versus intramedullary nail fixation for distal tibia shaft fractures. J Orthop Trauma. 2011 Dec;25(12):736-41.
 
Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Pilon tibiale fracturen

Classificatie

 

Röntgendiagnostiek

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Calori GM, Tagliabue L, Mazza E et al Tibial pilon fractures: which method of treatment? Injury. 2010 Nov;41(11):1183-90.
  2. Crist BD, Khazzam M, Murtha YM, Della Rocca GJ. Pilon fractures: advances in surgical management. J Am Acad Orthop Surg. 2011 Oct;19(10):612-22.
 
Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Enkel fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Bachmann LM, Kolb E, Koller MT, Steurer J, ter Riet G. Accuracy of Ottawa ankle rules to exclude fractures of the ankle and mid-foot: systematic review. BMJ. 2003 Feb 22;326(7386):417.
  2. Simanski CJ, Maegele MG, Lefering R, et al Functional treatment and early weightbearing after an ankle fracture: a prospective study. J Orthop Trauma. 2006 Feb;20(2):108-14.
  3. Starkweather MP, Collman DR, Schuberth JM. Early protected weightbearing after open reduction internal fixation of ankle fractures. J Foot Ankle Surg. 2012 Sep-Oct;51(5):575-8.
  4. Donken CC, Al-Khateeb H, Verhofstad MH, van Laarhoven CJ. Surgical versus conservative interventions for treating ankle fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2012 Aug 15;8:CD008470.


Naslag

 

Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Talus fracturen

Classificatie

Volgen Hawkins (1):

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

Opmerking:

Referenties

  1. Hawkins LG. Fractures of the neck of the talus. J Bone Joint Surg Am. 1970 Jul;52(5):991-1002.
  2. Early JS. Talus fracture management. Foot Ankle Clin. 2008 Dec;13(4):635-57.
  3. Fournier A, Barba N, Steiger V et al Total talar fracture - long-term results of internal fixation of talar fractures. A multicentric study of 114 cases. Orthop Traumatol Surg Res. 2012 Jun;98(4 Suppl):S48-55. doi: 10.1016/j.otsr.2012.04.012. Epub 2012 May 22.

Naslag

Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Calcaneus fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Bakker B, Halm JA, Van Lieshout EM, Schepers T. The fate of Böhler's angle in conservatively-treated displaced intra-articular calcaneal fractures. Int Orthop. 2012 Nov 9.
  2. Schepers T, van Lieshout EM, Ginai AZ, Mulder PG, Heetveld MJ, Patka P. Calcaneal fracture classification: a comparative study. J Foot Ankle Surg. 2009 Mar-Apr;48(2):156-62.
  3. Epstein N, Chandran S, Chou L. Current concepts review: intra-articular fractures of the calcaneus. Foot Ankle Int. 2012 Jan;33(1):79-86.
  4. Bruce J, Sutherland A. Surgical versus conservative interventions for displaced intra-articular calcaneal fractures. Cochrane Database Syst Rev. 2013 Jan 31;1


Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Tarsalia fracturen

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Swords MP, Schramski M, Switzer K, Nemec S. Chopart fractures and dislocations. Foot Ankle Clin. 2008 Dec;13(4):679-93, viii.
  2. Benirschke SK, Meinberg E, Anderson SA, Jones CB, Cole PA. Fractures and dislocations of the midfoot: Lisfranc and Chopart injuries. J Bone Joint Surg Am. 2012 Jul 18;94(14):1325-37.


Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Metatarsalia fracturen

Classificatie

 

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Polzer H, Polzer S, Mutschler W, Prall WC. Acute fractures to the proximal fifth metatarsal bone: Development of classification and treatment recommendations based on the current evidence. Injury. 2012 Oct;43(10):1626-32.
  2. Smith TO, Clark A, Hing CB. Interventions for treating proximal fifth metatarsal fractures in adults: a meta-analysis of the current evidence-base. Foot Ankle Surg. 2011 Dec;17(4):300-7.
 
Reviewed: april 2014

Onderste extremiteiten

Teen fracturen

Classificatie

Beeldvorming

 

Behandeling en controle

Conservatief:

Operatief

 

Referenties

  1. Armagan OE, Shereff MJ. Injuries to the toes and metatarsals. Orthop Clin North Am. 2001 Jan;32(1):1-10.

Reviewed: april 2014

Thorax

Ribfracturen

Beeldvorming

 

Behandeling

Conservatief

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties:

  1. Fitzpatrick DC, Denard PJ, Phelan D, Long WB, Madey SM, Bottlang M. Operative stabilization of flail chest injuries: review of literature and fixation options. Eur J Trauma Emerg Surg. 2010 Oct;36(5):427-433.
  2. Bottlang M, Long WB, Phelan D, Fielder D, Madey SM. Surgical stabilization of flail chest injuries with MatrixRIB implants: A prospective observational study. Injury. 2012 Aug 18.

 

Reviewed: april 2014

Thorax

Sternumfracturen

Beeldvorming en overige diagnostiek

 

Behandeling

Conservatief, behalve bij cardiologische indicatie (cor-contusie) kan een opname overwogen worden

Reviewed: april 2014

Thorax

Clavicula fracturen

Classificatie volgens Robinson

 

Röntgendiagnostiek

 

Behandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Controle en nabehandeling

Conservatief:

Operatief:

 

Referenties

  1. Robinson CM. Fractures of the clavicle in the adult. Epidemiology and classification. J Bone Joint Surg Br. 1998 May;80(3):476-84.
  2. Smekal V, Oberladstaetter J, Struve P, Krappinger D. Shaft fractures of the clavicle: current concepts. Arch Orthop Trauma Surg. 2009 Jun;129(6):807-15.
  3. Houwert RM, Wijdicks FJ, Steins Bisschop C, Verleisdonk EJ, Kruyt M. Plate fixation versus intramedullary fixation for displaced mid-shaft clavicle fractures: a systematic review. Int Orthop. 2012 Mar;36(3):579-85. Epub 2011 Dec 7.
  4. Wijdicks FJ, Houwert RM, Dijkgraaf MG, De Lange DH, Meylaerts SA, Verhofstad MH, Verleisdonk EJ. Rationale and design of the plate or pin (POP) study for dislocated midshaft clavicular fractures: study protocol for a randomised controlled trial. Trials. 2011 Jul 15;12:177.

Reviewed: april 2014

Disclaimer

Geen garanties
Geen enkele informatie verstrekt door deze app zal enige vorm van garantie geven. Inter-Med is niet aansprakelijk voor ongewenste uitkomsten of effecten voortvloeiend uit de toegepaste behandeling. Daarnaast garandeert Inter-Med geen enkel resultaat bij het implementeren van de in deze app voorgestelde techniek of behandeling. Inter-Med kan niet aansprakelijk gesteld worden voor materiële schade, verlies van praktijk, immateriële schade, rechtszaken of verlies van inkomsten.

Link Disclaimer
Links zijn toegepast als informatieve bronnen. De meeste links zijn externe links en worden derhalve niet onderhouden door Inter-Med. Deze links worden enkel aangeboden als extra service op de website. De inhoud van de gelinkte sites valt buiten de verantwoordelijkheid van Inter-Med.

Fouten en Veranderingen
De inhoud van de app kan technische onjuistheden of tikfouten bevatten. Dientengevolge is Inter-Med niet aansprakelijk in geval van fouten in de tekst, foto's of illustraties. Daarnaast kan zonder melding de inhoud gewijzigd worden.

Copyright and intellectueel eigendom
Copyright is van toepassing op alle tekst, illustraties en foto's op de site. Copyright is ook van toepassing op het concept van het klikbare skelet als toepassing voor de behandeling van botbreuken. Het gebruik door derden van elke informatie op de website is verboden tenzij vooraf schriftelijke toestemming is verkregen van Inter-Med.

Ethische aspecten
Inter-Med hanteert de ethische principes voor wat betreft het gebruik van medische informatie en voorzieningen, specifiek gericht op het internet.

Gebruikers verantwoordelijkheden
De informatie in deze app kan niet gebruikt worden ter formulering van een diagnose of behandeling, of voor het beargumenteren om medicatie te starten danwel te stoppen, zonder tussenkomst van een dokter. De in deze app voorgestelde techniek kan nooit een vervanging zijn van een consult, onderzoek of diagnose door een dokter. Daarnaast mag de informatie in deze app niet gebruikt worden om een bepaalde techniek te promoten.
De gebruiker is bewust van het feit dat de informatie in deze app niet compleet kan zijn.

Financiele aspecten
De inhoud van deze applicatie is volledig onafhankelijk samengesteld, zonder tussenkomst van een commercieel bedrijf. De realisatie van de app en het gratis aan de gebruiker kunnen aanbieden is financieel mogelijk gemaakt door Biomet. Biomet heeft geen enkele inbreng gehad in de totstandkoming van de inhoud.

© 2014 - Inter-Med

leeg

leeg

leeg

leeg

Zoeken